Wild van een woeste droom
Details
190 p.
Besprekingen
De Volkskrant
In Wild van een woeste droom laat Julia Schoch het hoofdpersonage dat een boek schrijft, beter gezegd dít boek, zich afvragen waarom ze jaren na haar affaire met 'de Catalaan' in een kunstenaarskolonie nabij New York de behoefte heeft om dit verhaal te schrijven:
'Het gaat niet om verraad, nooit. Je wilt iets hebben dat alleen van jou is. Door het me te herinneren en het ten slotte ook op te schrijven heb ik het uit de diepte van wat er misschien is gebeurd naar boven gehaald en er werkelijkheid van gemaakt.'
Die Erinnerung an eine Liebe kann intensiver sein als diese Liebe selbst, zei Schoch in een interview met haar uitgever.
Schrijven is het 'onverzadigbare verlangen' om steeds opnieuw iets te weten te komen over tijd, menselijke drijfveren, subjectiviteit en veranderingen, stelt Schochs schrijfster. Het gaat om de fascinatie met het verschil tussen werkelijkheid en de herinnering eraan, tussen het heden en de tijd waarin iets voorbij is en alleen nog het verhaal bestaat. Al tijdens het beleven springt ze vooruit naar het ogenblik waarop de herinneringen eraan zich geordend hebben.
Of in de woorden van de soldaat, over wie ze schrijft in de kunstenaarskolonie: 'Schrijvers zijn wezens met uitgestelde empathie. Ze hebben geen talent voor het heden.' Al ervaart het hoofdpersonage het als een vloek 'dat het niet allebei tegelijk kan: de liefde beleven en erover schrijven', maar 'het verhaal blijft, de liefde verdwijnt'.
Natuurlijk gaat Wild van een woeste droom, het derde deel van Biographie einer Frau, net als het eveneens door Josephine Rijnaarts mooi vertaalde tweede en bejubelde deel Het liefdespaar van de eeuw (2024), over de liefde. Bovenal gaan ze over de kracht van schrijven; vernuftig is daarbij het spel met scènes die in beide boeken voorkomen.
De Catalaan stelt haar voor de keuze: 'schrijven of seks'. Als ze antwoordt 'schrijven', zegt hij: 'Writing - it's the best, isn't it?'
Toch vrijen ze, waarna haar minnaar opgewonden aan zijn boek begint te tikken, waarin zij niet voorkomt, wellicht later, in een toekomstig boek. 'Misschien kon ook hij onze ontmoeting pas bij het schrijven pas echt beleven, dat wil zeggen alsof het voor het eerst gebeurde.'
Prachtig is het verhaal over de soldaat, die ze op 12-jarige leeftijd geregeld ontmoet in een bos bij het garnizoensstadje in Voor-Pommeren waar haar vader legerofficier is. Ze laat briefjes voor hem achter onder een boomstronk (het schrijven begint!). 'Ik wil nu al dat we samen een verhaal hebben, dat hij naar me verlángt.'
Ze vertelt de soldaat dat ze wil schrijven, maar nog niets heeft meegemaakt wat de moeite waard is om op te schrijven. Ook de soldaat koestert een schrijverswens. 'Ik weet zeker dat het je lukt', zegt hij. 'Je moet er wild van zijn. Wild van een woeste droom.' Het doet haar denken aan een uitspraak uit een film, mij deed het denken aan een dichtregel van Rilke of Goethe, maar we hebben er beiden niets over kunnen vinden op internet.
Jammer vind ik dat er niet zoals in het Duits twee keer 'wild' staat, die herhaling is poëtisch en daarmee dwingender. 'Woest' omdat haar voornemen ambitieus is - 'lezen alleen al was een soort heilige handeling, laat staan schrijven'? Of is er een seksuele connotatie?
Schrijven als tegengif, een 'geheime realiteit', lees ik in het liefdespaar van de eeuw, een substituut voor de liefde. 'In dat opzicht lijkt de liefde op schrijven: ik heb altijd onder het wakend oog van anderen geschreven, als iemand die weet dat hij wordt gadegeslagen.' Dat herken ik als dichter: schrijven als verhevigd leven, dat je paradoxaal genoeg laat voelen dat je leeft, zoals wanneer je verliefd bent.
Het hoofdpersonage verdedigt zich tegen de hardnekkige opvatting dat vrouwen 'alleen over de zaken van het hart kunnen schrijven'. In Heldinnen toont Kate Zambreno - nu net in het Nederlands verschenen - aan de hand van modernistische schrijfsters hoe de geschiedenis de vrouwelijke ervaring consequent als minderwaardig wegzet.
De liefde als bron: Schoch trekt het breder door die ene grote liefde met een grote historische gebeurtenis te vergelijken. 'Er is maar plaats voor één enorme gebeurtenis (één revolutie, één oorlog, één naoorlogse tijd, één utopie). We blijven in de ban van die gebeurtenis. Waarschijnlijk gebeurt het maar één keer dat je jezelf vol enthousiasme opgeeft voor iemand anders.'
Daarbij krijgt de roman extra diepte vanwege de heimwee naar haar geboortegrond die sinds de Duitse eenwording niet meer bestaat, alsof ze zonder verleden is, opgegroeid in een systeem in plaats van in een landschap.
Na twee van haar boeken had ik het gevoel Schoch lang aan de telefoon te hebben gehad en al moest ik in het begin wennen aan de 'praterige' stijl, het intieme effect is wel de kracht van autofictie. Een louter poëticaal boek is het zeker niet, het schrijven over schrijven is noodzakelijk om genoemde thema's te tonen. 'Zonder jou ga ik dood', zegt de soldaat als ze gaat verhuizen. 'Zonder schrijven ga ik dood', hoorde het hoofdpersonage een schrijver zeggen. Dat verbindt volgens haar alle schrijvers: 'schrijven is een soort vlucht uit het niet-weten, uit de vergeefsheid.'
Schrijven ook om iets van de liefde te behouden, want 'wij mensen zijn voor eeuwig gescheiden' van elkaar.
Iedere schrijver of dichter krijgt geregeld de vermoeiende vraag: waarom schrijf je? Dit boek geeft de moed om me de eerstvolgende keer onomwonden uit te spreken: 'Zonder schrijven kan ik niet leven.'
Of ik leen Wislawa Szymborska's vurige dichtregels, uit een ander gedicht dan waaraan het motto van dit rijke, intertekstuele boek is ontleend: 'Er bestaat dus een wereld/ waar ik absoluut over het lot regeer?/ Een tijd die ik met tekens bind?/ Een bestaan continu op mijn bevel?'