De kronieken van Narnia
Oom tovenaar
Ook verschenen als Het neefje van de tovenaar
Oom tovenaar
Ook verschenen als Het neefje van de tovenaar
In de reeks:
De kronieken van Narnia
; #1
Nederlands
2025
Vanaf 9-11 jaar
Polly en Digory komen door toedoen van Digory's oom, een tovenaar, terecht in verschillende werelden. Vanaf ca. 10 jaar.
Details
Genre
Fantasy
Titel
Oom tovenaar
Auteur
C.S. Lewis
Vertaler
Imme Dros
Taal
Nederlands, Engels
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
The magician's nephew
Uitgever
Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers, 2025 (Andere uitgaven)
143 p.
143 p.
ISBN
9789029739009
Besprekingen
Leeswelp
Sinds de zeven Narniaverhalen voor het eerst verschenen in de jaren '50 zijn ze al talloze malen…
Sinds de zeven Narniaverhalen voor het eerst verschenen in de jaren '50 zijn ze al talloze malen vertaald en heruitgegeven. De vorige Nederlandse uitgave dateert nog maar van 2001, nu brengt uitgeverij Callenbach de boeken opnieuw uit in A4 formaat, met illustraties in kleur. Ongetwijfeld heeft het recente succes van C.S. Lewis' collega uit Oxford, J.R.R. Tolkien, iets met deze snelle heruitgave te maken. Lewis haalde heel wat inspiratie uit zijn vriendschap met Tolkien. Beiden combineren elementen uit werkelijkheid en sprookjes, en putten uit een rijke voorraad van mythische tradities. Bovendien hebben zowel Tolkien als Lewis een duidelijke stempel gedrukt op hedendaagse fantasy boeken zoals die van J.K. Rowling en Philip Pullman.
Het neefje van de tovenaar (1955) is het eerste boek uit de reeks, maar verscheen later. Lewis schreef dit boek als een soort prequel voor Het betoverde land achter de kleerkast. In Het neefje van de tovenaar wordt de voorgeschiedenis van Narnia verteld. Twee Engelse kinderen, Digory en Polly, worden door Digory's gemene oom Andrew naar een andere wereld getoverd. Die wereld blijkt een tussenstadium te zijn van waaruit de kinderen met behulp van een toverring naar vreemde landen kunnen reizen. Maar al in het eerste land loopt het mis: ze bevrijden de boze Koningin Jadis, die hen niet meer laat gaan. Zij reist mee naar de aarde en richt in Engeland een ware ravage aan. De kinderen komen daarna in het fantasieland Narnia terecht, dat door de leeuw Aslan tot leven gewekt wordt. Het is aan de kinderen om dit paradijselijke land te beschermen tegen de boze toverkrachten van Jadis.
In Het neefje van de tovenaar duiken diverse bijbelse topoi op. Het oorspronkelijke Narnia doet sterk denken aan het aards paradijs, met in het midden een boom die hen beschermt. Even later moet Digory net als Adam en Eva een appel weigeren. Die appel kan hem machtiger kan maken dan Aslan (lees: God) -- zo machtig dat hij zijn zieke moeder zou kunnen redden. Voor deze passage kreeg C.S. Lewis later veel kritiek, o.a. van Philip Pullman. Hij vond het een hardvochtige passage: waarom plaatst Lewis een kleine jongen voor de keuze tussen het leven van zijn moeder en het geloof in een Christusfiguur? In His Dark Materials biedt Pullman een heel andere visie op de appel van de boom der wijsheid: Lyra en Will, Pullmans Adam en Eva, nemen deze appel met veel genoegen aan -- die "zonde" vormt immers de onmisbare stap naar volwassenheid en bewustwording.
Het betoverde land achter de kleerkast verscheen voor het eerst in 1950. In dit verhaal verblijven vier kinderen tijdens de Tweede Oorlog bij een oude professor op het platteland. Zoals in veel fantasyverhalen leidt een nieuwe omgeving tot een onverwacht avontuur. Via een vreemde kleerkast komen ze in het sprookjesland Narnia terecht, waar een boze Tovenares de scepter zwaait. Zij heeft ervoor gezorgd dat het in Narnia altijd winter is, en wie haar niet gehoorzaamt, wordt veranderd in een standbeeld. De invloed van H.C. Andersens Sneeuwkoningin wordt meteen duidelijk. Eén van de kinderen, Edmund, laat zich door deze valse Koningin verleiden met tovermarsepein en is bereid zijn broertje en zusjes te verraden voor meer lekkers. De andere kinderen roepen de hulp van de leeuw Aslan in.
Door zijn fantasierijke beschrijvingen, die vaak aan het mystieke grenzen, kan C.S. Lewis een gevoel van melancholie oproepen naar het paradijselijke land Narnia en naar de onschuldige goedheid van Aslan. Aslan is een soort Christusfiguur: na de "zonde" van Edmund offert hij zijn leven voor de vier kinderen, om kort daarna uit de dood op te staan.
De Narniaboeken zijn in bepaalde opzichten duidelijk verouderd. Zo spreekt de verteller de jonge lezers erg betuttelend toe en pretendeert hij alles te weten wat de lezer denkt en wil. In combinatie met de expliciete moraal gaat die belerende toon op den duur storend werken. Verder zijn er de duidelijke, stereotiepe verschillen tussen jongens en meisjes. De jongens moeten zich dapper verdedigen, en Aslan de leeuw zegt letterlijk dat vechten niets voor meisjes is. Ondanks het feit dat de Narniaboeken duidelijk de stempel van de jaren '50 dragen, kunnen ze nog steeds boeien door de humoristische passages en vooral door Lewis' onovertroffen fantasie. [Vanessa Joosen]
Het neefje van de tovenaar (1955) is het eerste boek uit de reeks, maar verscheen later. Lewis schreef dit boek als een soort prequel voor Het betoverde land achter de kleerkast. In Het neefje van de tovenaar wordt de voorgeschiedenis van Narnia verteld. Twee Engelse kinderen, Digory en Polly, worden door Digory's gemene oom Andrew naar een andere wereld getoverd. Die wereld blijkt een tussenstadium te zijn van waaruit de kinderen met behulp van een toverring naar vreemde landen kunnen reizen. Maar al in het eerste land loopt het mis: ze bevrijden de boze Koningin Jadis, die hen niet meer laat gaan. Zij reist mee naar de aarde en richt in Engeland een ware ravage aan. De kinderen komen daarna in het fantasieland Narnia terecht, dat door de leeuw Aslan tot leven gewekt wordt. Het is aan de kinderen om dit paradijselijke land te beschermen tegen de boze toverkrachten van Jadis.
In Het neefje van de tovenaar duiken diverse bijbelse topoi op. Het oorspronkelijke Narnia doet sterk denken aan het aards paradijs, met in het midden een boom die hen beschermt. Even later moet Digory net als Adam en Eva een appel weigeren. Die appel kan hem machtiger kan maken dan Aslan (lees: God) -- zo machtig dat hij zijn zieke moeder zou kunnen redden. Voor deze passage kreeg C.S. Lewis later veel kritiek, o.a. van Philip Pullman. Hij vond het een hardvochtige passage: waarom plaatst Lewis een kleine jongen voor de keuze tussen het leven van zijn moeder en het geloof in een Christusfiguur? In His Dark Materials biedt Pullman een heel andere visie op de appel van de boom der wijsheid: Lyra en Will, Pullmans Adam en Eva, nemen deze appel met veel genoegen aan -- die "zonde" vormt immers de onmisbare stap naar volwassenheid en bewustwording.
Het betoverde land achter de kleerkast verscheen voor het eerst in 1950. In dit verhaal verblijven vier kinderen tijdens de Tweede Oorlog bij een oude professor op het platteland. Zoals in veel fantasyverhalen leidt een nieuwe omgeving tot een onverwacht avontuur. Via een vreemde kleerkast komen ze in het sprookjesland Narnia terecht, waar een boze Tovenares de scepter zwaait. Zij heeft ervoor gezorgd dat het in Narnia altijd winter is, en wie haar niet gehoorzaamt, wordt veranderd in een standbeeld. De invloed van H.C. Andersens Sneeuwkoningin wordt meteen duidelijk. Eén van de kinderen, Edmund, laat zich door deze valse Koningin verleiden met tovermarsepein en is bereid zijn broertje en zusjes te verraden voor meer lekkers. De andere kinderen roepen de hulp van de leeuw Aslan in.
Door zijn fantasierijke beschrijvingen, die vaak aan het mystieke grenzen, kan C.S. Lewis een gevoel van melancholie oproepen naar het paradijselijke land Narnia en naar de onschuldige goedheid van Aslan. Aslan is een soort Christusfiguur: na de "zonde" van Edmund offert hij zijn leven voor de vier kinderen, om kort daarna uit de dood op te staan.
De Narniaboeken zijn in bepaalde opzichten duidelijk verouderd. Zo spreekt de verteller de jonge lezers erg betuttelend toe en pretendeert hij alles te weten wat de lezer denkt en wil. In combinatie met de expliciete moraal gaat die belerende toon op den duur storend werken. Verder zijn er de duidelijke, stereotiepe verschillen tussen jongens en meisjes. De jongens moeten zich dapper verdedigen, en Aslan de leeuw zegt letterlijk dat vechten niets voor meisjes is. Ondanks het feit dat de Narniaboeken duidelijk de stempel van de jaren '50 dragen, kunnen ze nog steeds boeien door de humoristische passages en vooral door Lewis' onovertroffen fantasie. [Vanessa Joosen]
NBD Biblion
J.H.J.B. Boelens
Eerste deel van 'De kronieken van Narnia'* waarin Digory met zijn buurmeisje Polly een geheime gang…
Eerste deel van 'De kronieken van Narnia'* waarin Digory met zijn buurmeisje Polly een geheime gang in huis ontdekt en uiteindelijk in het land Narnia belandt, waarin de leeuw Aslan de belangrijkste figuur is. Hoewel het christelijk-allegorische karakter van de boeken onmiskenbaar is, is het zo weinig nadrukkelijk aanwezig dat kinderen de boeken als mooi, spannend en geestig zullen ervaren. Indertijd (1950) geschreven door een hoogleraar in de Engelse literatuur die de kunst van een goed en boeiend verhaal vertellen beheerste. Goede schrijfstijl, beeldend taalgebruik en levendige dialogen. Na de slechte bewerkingen uit de jaren '50 is uitgeverij Leopold in de jaren '80 begonnen met nieuwe uitstekende vertalingen. Deze vertalingen doen eer aan de schrijver en recht aan de historische betekenis van de boeken. De vele, oorspronkelijke zwart-witillustraties in deze druk ogen nu wat gedateerd (kledij). Verzorgde, gebonden uitgave met een aantrekkelijke, geheimzinnige omslagillustratie in blauw/groen tinten. Vanaf ca. 10 jaar.