De omvang van de wereld
×
De omvang van de wereld
Een 77-jarige zieke industrieel reflecteert op zijn leven. Zijn buitenechtelijke dochter moet hem opvolgen, en de jongedame die bij hem woont is samen met haar minnaar, een advocaat, op zijn geld uit.
Genre Romans
Titel De omvang van de wereld / António Lobo Antunes ; vertaling en nawoord Harrie Lemmens ; inleiding Arjan Peters
Vertaler Harrie Lemmens
Inleider Arjan Peters
Taal Nederlands, Portugees
Oorspr. taal Portugees
Oorspr. titel O tamanho do mundo
Uitgever [Amsterdam]: Uitgeverij Van Maaskant Haun, 2025
326 p.
ISBN 9789083402284

De Standaard

Een overweldigende leeservaring
Marijke Arijs - 12 april 2025

Een tiental jaar geleden, kort na de voltooiing van de magistrale roman Als een brandend huis , kondigde António Lobo Antunes (1942) aan dat hij met pensioen ging. “Ik heb de boeken geschreven die ik wilde schrijven, zoals ik dat wilde, om te zeggen wat ik wilde”, verklaarde de Portugese schrijver, die vervolgens doodleuk doorging met schrijven. Voor de roem hoefde hij het alvast niet te doen. Zijn naam wordt ieder jaar genoemd voor de Nobelprijs voor de Literatuur, ook al ligt hij daar zelf niet wakker van. In 2018 kondigde de Franse uitgeverij Gallimard aan dat zijn werk in de prestigieuze Pléiade-reeks zou worden opgenomen en daarmee is hij al dik tevreden, want volgens hem is dat de allergrootste eer die een auteur te beurt kan vallen.

Sinds kort ligt de Nederlandse vertaling van De omvang van de wereld in de boekhandel en met deze titel lijkt Portugals grootste nog levende schrijver, inmiddels 82 jaar jong, de schrijverij toch echt voor gezien te houden. In ruim veertig jaar schreef hij 34 romans bij elkaar, waarvan een kleine helft in het Nederlands is omgezet door vertaalkunstenaar Harrie Lemmens.

Kans op geluk

Zijn zwanenzang telt negentien hoofdstukken en precies evenveel zinnen. Vier personages steken om de beurt een innerlijke monologen af. Ze barsten los in meedogenloos voortrazende zinnen, die om de haverklap worden onderbroken door associaties, losse woorden of citaten, maar waarin geen punt te bekennen valt. Een oude industrieel die op zijn laatste benen loopt, meet zijn eenzaamheid af aan het kraken van de meubels en vreet zich op van spijt. Als jongeman heeft hij de vrouw van zijn leven en zijn dochtertje in de steek gelaten en daarmee zijn kans op geluk verspeeld. Zijn buitenechtelijke dochter denkt op haar beurt terug aan het armoedige souterrain en het parkje met de schommel uit haar kinderjaren. Terwijl vader en dochter diep in hun geheugen graven, proberen een jonge vrouw, die de oude man gezelschap houdt, en haar minnaar er stiekem met zijn fortuin vandoor te gaan. Ook dit verderfelijke stel blikt terug op een weinig benijdenswaardige jeugd. In wezen zijn alle vier de personages grondeloos eenzaam. Alle vier hebben ze spijt om wat nooit is geweest en een onblusbaar verlangen naar genegenheid, geld en macht. De omvang van de wereld wordt evenwel niet afgemeten aan succes of fortuin, maar aan gemiste kansen.

De jongste roman van Antunes is veel beknopter, soberder en overzichtelijker dan we van hem gewend zijn, maar het is en blijft een overweldigende leeservaring. De lezer wordt ondergedompeld in een onstuitbare gedachtestroom waarin geen plot te bespeuren valt, terwijl heden en verleden, nachtmerries en werkelijkheid in elkaar overlopen. Een handvol steeds terugkerende beelden houdt de boel bij elkaar, de bedwelmende stijl wordt gekenmerkt door herhalingen.

Zijn vaste lezers zullen zich overigens niet ontheemd voelen, want bijna al zijn vertrouwde thema's komen langs, op de oorlog na. In zijn jonge jaren werd Antunes, van huis uit psychiater, als legerarts naar Angola gestuurd. De 27 maanden die hij daar sleet, legden de fundamenten voor zijn schrijverschap en drukten een stempel op romans als De judaskus en Fado Alexandrino, waarmee de auteur de literaire wereld veroverde.

In zijn jongste wordt af en toe een losse gedachte gewijd aan de tijd dat Portugal nog niet “het laatste gat van de wereld” was, maar deze keer moeten het koloniale verleden, de Angolese onafhankelijkheidsoorlog, de dictatuur van Salazar en de Anjerrevolutie wijken voor de besognes van een eenzame oude man vol zelfverwijt. Hij tobt over ziekte en ouderdom, over het verraad van het lichaam en de wreedheid van de spiegel, en over de bizarre bokkensprongen van het geheugen. We hebben immers “allemaal iets nodig dat ons verbindt met het verleden en ons helpt te geloven dat we in zekere zin misschien gelukkig zijn geweest”.

NBD Biblion

Bookarang (AI samenvatting)
Een gelaagde literaire roman over eenzaamheid, geheugen en de verweven levens van vier mensen. Centraal is een 77-jarige zieke industrieel, die reflecteert op zijn vervagende herinneringen. Verder volgt het boek zijn dochter, de jongere dame waarmee hij samenwoont en haar minnaar. De jonge dame en haar minnaar, een advocaat, proberen de bezittingen van de industrieel weg te sluizen. Het verhaal bevat autobiografische elementen en verkent thema's als kinderjaren, seks en tekortkomingen worden. De roman van de auteur. In beeldende stijl geschreven met gevoel voor ironie. Met name geschikt voor een literaire lezersgroep. Bevat expliciete scènes. António Lobo Antunes (1942) is een Portugese auteur. Hij schreef onder andere ‘Als een brandend huis’* en ‘De andere kant van de zee’**.

Trouw

Met zwarte humor schrijven over oude lijven
Ger Leppers - 12 april 2025

De omvang van de wereld is min of meer officieel aangekondigd als de zwanenzang van António Lobo Antunes, die sinds jaar en dag verschijnt op de lijstjes van Nobelprijskandidaten.

Trouwe lezers vinden in dit slotakkoord nog eenmaal de thematiek en ingrediënten terug uit zijn eerdere werk: eenzaamheid, het wegdrijven naar de dood, en personages die zich verraden voelen door hun verouderende lichaam.

'Zoveel botten te veel in mijn lijf' staat er ergens, en elders: 'wat zitten er veel ribben in je borstkas en kootjes in je vingers'. Ze lijden aan een gevoel van zinloosheid ('de wereld bestaat uit allerlei flauwekul die niet bestaat') en zoeken een toevlucht in herinneringen aan de kindertijd. En ook dit keer tekent de schrijver voorwerpen die met leven begiftigd schijnen en mensen verwijten lijken te maken.

Maar vooral blijft Lobo Antunes trouw aan de zo bijzondere, volstrekt eigen toon die hij in de loop van zijn dertig romans heeft ontwikkeld. Het verhaal wordt ons op vertrouwde wijze gepresenteerd: een reeks hoofdstukken bestaande uit één zin.

Elk hoofdstuk is een innerlijke monoloog van een van de personages. Het zijn gedachtenstromen, hersenspinsels onderbroken door geheugenflarden, hardnekkig terugkerende formuleringen die zich opdringen en grillige gedachtesprongen.

Voor wie niet met het werk van Lobo Antunes vertrouwd is, klinkt dat misschien intimiderender dan het is. Want wie eenmaal in een boek van de schrijver begonnen is, wordt binnen de kortste keren meegesleurd door de stroom van woorden, de overrompelende beelden en innerlijke logica van de tekst. Het is geen boek dat je snel weglegt.

De omvang van de wereld concentreert zich op vier hoofdpersonages. De hoofdpersoon is een vereenzaamde rijke, egocentrische industrieel die op sterven ligt. Daarnaast is er zijn buitenechtelijke dochter, die hij in haar jeugd verwaarloosd heeft, maar die nu de leiding over de firma mag overnemen. De derde is zijn gezelschapsdame die tegelijk de minnares is van het vierde personage, een advocaat die samen met haar uit is op het fortuin van de oude man. Deze advocaat sluist het geld dat zijn minnares hem toevertrouwt door naar zijn eigen rekening.

Een traditionele, naturalistische romanschrijver zou dit gegeven hebben aangegrepen voor een verhaal vol verwikkelingen, panieksituaties, samenzweringen, confrontaties en meer van zulke elementen. Lobo Antunes doet precies het tegenovergestelde.

Zijn boek kent bijna geen ontwikkeling, het is zo goed als statisch. Wat hij wel doet, is diep graven in de psyche van zijn personages. Weinig schrijvers dringen zo ver door in de verborgenste, meest ongecontroleerde gedachtenlagen van de mens.

De personages tollen rond in een schrijnend verlangen naar de overzichtelijkheid en geborgenheid van hun jeugd. 'We hebben allemaal iets nodig wat ons verbindt met het verleden en ons helpt te geloven dat we in zekere zin misschien gelukkig zijn geweest, bijvoorbeeld, ik noem maar wat, iemand die van je hield, een kleurloos plastic eendje en een gedeukte locomotief, of een leeggelopen rubberbal, of restjes serpentines in een vergeten kist met schatten uit je kinderjaren.'

Het beeld dat Lobo Antunes schetst van de menselijke tragiek, en van de onontkoombare ontreddering van de ouderdom, is schrijnend en ontluisterend. Maar dit beeld is niet helemaal troosteloos, want alom glinstert er in de tekst een zwarte humor die de lezer als in een voortdurende catharsis verzoent met de zinloosheid van het bestaan.

Het resultaat is, als altijd bij deze schrijver, een heel bijzonder boek. Zo bijzonder dat ik stilletjes hoop dat de auteur bij zichzelf zegt: "Nou, vooruit, nog ééntje dan".